Gezondheid

De Hollandse herder is in vergelijking met andere de meeste andere rashonden een gezond ras met nog weinig rastypische erfelijke afwijkingen.

Echter is het wel een erg klein ras. In Nederland zo’n 1000 Hollanders en wereldwijd slechts 2000. Vooral binnen Nederland zijn veel Hollandse herder verwant aan elkaar waardoor er een beperkte genetische diversiteit is binnen het ras. Dit gaat vroeg of laat problemen geven. Hoe minder genetische diversiteit, hoe meer kans op erfelijke gebreken en een slechter imuunsysteem.

Gelukkig kunnen er steeds meer genetische afwijkingen getest worden en op die manier kunnen bepaalde honden uitgesloten worden voor de fok  of kunnen er bewuste keuzes gemaakt worden om zo te voorkomen dat bepaalde afwijkingen wel een probleem zouden kunnen gaan worden. Wat betreft rugproblemen is dit bijvoorbeeld wel al een stuk lastiger, omdat dit een afwijking is die langzaamaan op latere leeftijd ontstaat.

Oogafwijkingen komt bij de ruwhaar voor. Bij de Hollandse herder langhaar zijn o.a. schildklier afwijkingen een probleem. Bij de korthaar moet er goed gelet worden op HD, OCD en spondylose. DM is bij een enkele Hollander in Duitsland gezien. Gedragsmatig gezien is onzekerheid en prikkelgevoeligheid iets wat in enkele lijnen meer terug te zien is dan in andere lijnen. Dat zijn dingen om in de gaten te houden bij de keuze van een geschikte fok combinatie of bij het kopen van een pup (vraag naar test uitslagen van in ieder geval de ouders!).

Enzo is bijvoorbeeld getest op HD (Botafwijking 0, Norberg waarde 40), ED (OCD vrij, LPC vrij, LPA vrij, Inc vrij). Ook is zijn rug 3x gecontroleerd op spondylose. Op 1,5 jaar leeftijd was zijn rug perfect. Helaas op 3,5 jarige leeftijd bleek hij wel spondylose te hebben. 3 van de 5 honden uit zijn nest bleken op deze leeftijd spondylose te hebben.

Helaas wordt spondylose vaak neergezet als slijtage, zodat er alsnog gefokt wordt met deze honden. Maar de aanleg voor het krijgen van spondylose is wel degelijk erfelijk! Zeker als de hond al spondylose heeft op een leeftijd voor 4 jaar. Spondylose op jonge leeftijd is niet normaal, wat voor belasting deze hond ook gehad heeft.

Hoe kunnen we ons ras gezond houden?
Het meest ideale zou zijn:

1. Alle gezonde teven en reuen minimaal 1x, maximaal 3x inzetten (bijv. op 3 jaar, 5 jaar en 7 jaar).
2. Pas bepalen of de hond gezond is op een leeftijd van 3 jaar met behulp van test uitslagen van ellebogen, schouders en rug en MyDogDNA. (Wees ook kritisch wbt gedrag.)
3. Uitslagen melden bij de rasverenigingen, ZooEasy en openbaar maken (facebook, websites..) zodat fokkers de kans hebben om goede weloverwogen keuzes te maken.
4. Reu/teef combinaties met zo min mogelijk inteelt gebruiken (max. 5% op 10 generaties.) en op genetisch niveau met behulp van MyDogDNA.
5. Ook gebruik durven maken van outcross combinaties met langhaar, ruwhaar of zelfs  een totaal ander ras volgens een goed overwogen 20-jaren outcross plan vanuit de rasvereniging en RvB (is de rasvereniging mee bezig).

Voeding

Niet alleen genetische omstandigheden, maar zeker ook voeding en omgevingsfactoren spelen een belangrijke rol om een soort, ras en individu gezond te houden.

Voldoende beweging en uitdaging in evenwicht met voldoende rust en goede voeding zijn daar hele belangrijke factoren bij. Ik heb gekozen voor een voeding die het beste past bij het maag- darmstelsel waarmee een hond gezond oud kan worden. Net als zijn ouders en bij de fokker heeft Enzo ook nooit anders gehad.

1612057_10152190485869769_477744467_o

Natuurlijk rauwe voeding

Rauw vlees voeren wordt een steeds bekender fenomeen in de hondenwereld. Of beter gezegd: rauw vlees voeren komt terug. Brokvoeding is namelijk pas echt iets van de laatste 50 jaar. Gezondheid voor mens en dier komt steeds meer centraal te staan en het belang van een gezond huisdier waar zo lang mogelijk plezier aan beleefd kan worden, wordt steeds groter binnen onze maatschappij. Het idee achter deze manier van voeren is dat ondanks dat de domesticatie van de wolf vermoedelijk 25.000 jaar geleden plaats vond (J. Bradshaw, 2011) er een aantal essentiële dingen gelijk zijn gebleven tussen de wolf, de voorouder van de hond en dat van de hond zoals wij die nu kennen. Zo komt het DNA van de hond nog voor 99,8% overeen met dat van de wolf en het maag- darmstelsel is zelfs identiek gebleven. (E. van Gijtenbeek, 2009) Honden hebben geen evolutie doorgemaakt waarmee ze in staat werden gesteld te leven van plantaardig voedsel zoals bijvoorbeeld granen, rijst of zetmeel en al helemaal niet van suiker, E-nummers, geur-, kleur, of smaakstoffen. Dit was ook niet nodig om te overleven, er bleven altijd dierlijke eiwitten beschikbaar in de vorm van prooidieren of vleesafval van de mens. De hond is in dat opzicht dus niet geëvolueerd en hebben nog een identiek verteringstelsel met hun voorouders (G. Krukonis, 2009). Honden zijn echte carnivoren (V. Aspinall en M. O’reilly, 2004) en de voeding die de minst gezondheidsklachten geeft is voeding die bij het DNA van een carnivoor past. “Vanuit evolutionair standpunt bekeken is het duidelijk dat onze honden, net als wij, alleen die voedingsmiddelen zouden moeten eten waarop ze zijn geëvolueerd als ze tenminste een goede gezondheid willen krijgen en houden.” (I. Billinghurst, 2005).

IMG_6229

We hebben het dan over rauwe vlees voeding. Binnen het rauw voeren zijn er een aantal stromingen en manieren. Zo is er bijvoorbeeld KVV. Dit staat voor kant en klare vers vlees voeding en is in steeds meer dierenspeciaalzaken, webshops en zelfs supermarkten verkrijgbaar. Dit zijn kant en klare rauwe en gemalen producten die door de producent al zijn samengesteld. De eigenaar hoeft hierbij dus geen percentages te berekenen. De kwaliteit en prijzen van deze producten verschillen echter enorm.

Een andere mogelijkheid is de rauwe vlees voeding zelf samen stellen voor de hond. Dit is over het algemeen goedkoper en de eigenaar weet heel precies wat de hond te eten krijgt. De voeding kan op maat gemaakt worden wat past bij desbetreffend dier en de voeding kan in grotere, ongemalen stukken aangeboden worden. Een voordeel van het eten aanbieden in grote stukken of prooidieren, is dat honden op deze manier echt moeten kauwen op hun eten. Dit bevorderd o.a. de gezondheid van het gebit en de hond is er langer mee bezig, een hele natuurlijke manier van verrijking. Het zelf samenstellen is gevarieerder dan KVV of het voeren van brokken, waarmee competitieve inhibitie voorkomen wordt. (E. van Gijtenbeek, 2012). Voor het zelf samenstellen is het wel noodzakelijk om vooraf goed in te lezen. Zo is het o.a. belangrijk dat de voeding aan bepaalde percentages voldoet: over een week verspreid ong. 40% spiervlees, 40% goed bevleesde botten en 20% orgaan.

Doordat rauwe vers vlees voeding vers en onbewerkt gevoerd wordt, bezit deze voeding vitamine en mineralen van natuurlijke kwaliteit en bezit het vlees de meest natuurlijk bron van eiwitten met een hoge biologische waarde. Deze voeding wordt door het maag-darmkanaal het beste geaccepteerd en zal voor een beperkt volume aan ontlasting zorgen. Rauwe voeding is vrij van kleur, geur en smaakstoffen, koolhydraten en andere toegevoegde ingrediënten die een negatief effect kunnen hebben op de gezondheid van de hond. (T. Lonsdale, 2005). Dat koolhydraten een negatief effect kunnen hebben schrijft ook K. R. Schultze, in haar boek Natural Nutrition for Dogs and Cats. Volgens haar hebben honden geen koolhydraten uit granen nodig, de benodigde energie kan beter uit dierlijke eiwitten gehaald worden.

IMG_7519

Wat is er dan mis met brokken?
Brokken die gemaakt worden voor honden zijn geëxtrudeerde of geperste brokken. Geëxtrudeerde brokken bestaan uit een deegmengsel dat wordt gebakken tussen de 80 en de 270 graden Celcius. Hierdoor gaan er bestanddelen verloren. Geperste brokken worden tot 70 graden verhit. De inhoud komt overeen: Tussen de 30 – 70% aan granen (koolhydraten). Deze worden eerst ontsloten (gekookt), omdat een carnivoor niet in staat is deze onbewerkt op te nemen. Volgens de AAFCO-norm (Association of American Food Control Officials), hoeft brokvoeding slechts 4% vleesmeel bevatten. De herkomst hiervan is vaak onbekend, het kan echt vlees zijn, het kan ook een bijproduct zijn (veren/darmen). AAFCO-normen zijn de minimale eisen die gesteld worden aan brokvoeding, waarbij een hond in leven blijft, dat is heel wat anders dan eisen waarbij een hond gezond oud wordt. Tijdens de verhitting van geëxtrudeerde brokken gaan veel aminozuren en vitaminen verloren, daarom worden deze later nog kunstmatig toegevoegd als een soort coating, om aan de AAFCO-norm te blijven voldoen. Ook worden er vaak geur-, kleur- en smaakstoffen toegevoegd om de brok aantrekkelijk te maken. (T. Koning, 2008). Er wordt goud geld verdient aan de verkoop van brokvoeding en de fabrikanten hebben veel invloed door o.a. sponsoring van dierenartsen waardoor je bij jezelf na moet gaan of het echt om de gezondheid van jouw hond te doen is.

Advertenties